16-12-06

bijeenkomst oktober 2006

Verslag van de bijeenkomst  7 oktober 2006.

 

Op het bord werden de volgende vragen – onderwerpen geschreven:

 

-          Is de aarde rond door Albert Molhan.

-          GRSII door Lambert Beliën

-          Neutronensterren –zwarte gaten door Mark Smits.

 

Jan stelde voor als moderator op te treden en af de kickoff voor de eerste vraag; is de aarde rond? Al heel snel kwamen we tot de conclusie dat de aarde niet rond is. Om rond te kunnen zijn moet je als hemellichaam al heel klein en traag zijn. Berke dacht dat de Aarde een afplatting had van 30 km. Dit werd niet bevestigd.  De centrifugaalkracht  is verantwoordelijk voor de afplatting van de aarde. Vergelijk het maar eens met Saturnus. Een heel snelle rotatie = een heel sterke afplatting. Jan demonstreerde enkele voorbeelden hoe je afplatting kan simuleren.

 

Opeens werd onze aarde peervormig; onze voorzitter tekende op het bord welke vorm de aarde heeft.  Het gravitationele effect van de maan (en de zon) op de aarde maken dat er getijden zijn (we namen ze allemaal door, ook het dood tij, waar enige verwarring te bespeuren was) Heel veel tekenen op het bord en duidelijke uitleg van alle deelnemers van de groep brachten dit onderwerp tot een goed einde.

 

Als tweede punt stelde Lambert zich de vraag hoe de Kleine Rode Vlek op Jupiter zich gaat gedragen ten opzichte van de Grote Rode Vlek (GRS = Great Red Spot). We weten dat de grote rode vlek een gigantische orkaan is met snelheden die boven onze inbeelding liggen. De GRS bestaat al lang en word ook al lang bekeken. Er was nooit sprake van een tweede rode vlek, tot kortelings. Spontaan verschijnt een nieuwe storm, kleiner weliswaar, maar toch.  Op de vraag of die er al niet eerder was, wisten we dat Jupiter elke 10 u een rondje heeft gemaakt en dat we het gehele oppervlak gezien kunnen hebben. Tot voor kort werd nog nooit een tweede rode vlek gezien. Onlangs concludeerde men dat de nieuwe vlek donkerder is, hoger in de atmosfeer zit en op botsingskoers is met de grote rode vlek. Vraag: wat gaat er gebeuren. Jan wist te vertellen dat een wervelstorm een basis heeft, diep in de atmosfeer. Ook zo de grote en de kleine rode vlek. Na wat heen en weer gepraat en  tekeningen op het bord denken we dat de kleine rode vlek gewoon opgenomen zal worden door de grote rode vlek en dit zonder gevolgen.

 

De derde vraag kwam van Mark Smits en leunde heel erg aan bij zijn vraag die hij de vorige meeting stelde (zie verslag september).  Wat is een neutronenster en wat is een zwart gat.

 

De eerste vraag hebben we besproken door eerst even gaan te kijken wat er nodig is om tot een neutronenster te komen.  We beginnen met een ster. In de ster is stralingsdruk door inwendige fusies die een buitenwaartse kracht uitoefent. De zwaartekracht, daarentegen, zal een tegengestelde kracht uitoefenen en beide krachten samen zorgen ervoor dat de ster stabiel is en rustig dor haar fusieprocessen heen kan gaan. Maar…..op een gegeven moment raakt de brandstof op en zal de interne druk naar buiten toe minder worden dan de kracht die de zwaartekracht naar binnen toe uitoefent. Het gevolg kennen we; een supernova. Dit kan meerder keren gebeuren. De buitenste atmosfeerlagen storten zich met ongelofelijke snelheid op de kern van de ster, de druk op de kern zal heel snel en heel erg oplopen, zo erg dat op een gegeven moment alle materie is uitgestoten en dat de kern enkel nog maar bestaat uit zeer compact samengedrukte neutronen. De ster is nu superzwaar, klein en gaat heel snel ronddraaien. De ster is in het optische bereik niet meer zichtbaar, maar met radiotelescopen kunnen we nog wel luisteren naar de signalen die de ster uitzendt in de vorm van pulsen, denk maar aan de M1, de Krabnevel. In het centrum van de Krabnevel kan men een pulsar horen met een frequentie van 33 milliseconde.  Op de vraag; blijft een neutronenster zo snel ronddraaien was het antwoord tweedelig. In een vacuüm, waar gen storende massa voorhanden is; Ja, hij zal zo snel blijven roteren. Is er wel massa in de omgeving heeft deze invloed.

 

Betreffende de vraag; wat is een zwart gat hebben we al heel snel duidelijk gemaakt dat het zeker geen gat is, Het lijkt een gat omdat we er niets van kunnen zien. Een beetje uitleg:  Bij onze vorige vraag, wat is een neutronenster, kregen we te maken met supernovae. Eigenlijk had het antwoord moeten zijn supernova type I. Hebben we nu een superzware ster die een supernova ondergaat spreken we van een type II-supernova. Er is een ontzaglijke hoeveelheid meer massa, dus ook zwaartekracht. De processen die plaatsvinden in de supernova type II zijn zodanig destructief dat de kern met zo’n enorme  kracht samengedrukt wordt dat de plaatselijke zwaartekracht hoger komt te liggen dan de snelheid van het licht. Als gevolg hiervan is dat we uiteindelijk een heel zware kompact hemellichaam overhouden dat alleen maar aantrekt en in eerste instantie niets laat ontsnappen. Maar….. een zwart gat kan alleen maar groeien als er materie in de buurt is. Materie die aangetrokken zal worden gaat in een spiraliserende baan richting zwart gat getrokken worden. Op de gebeurtenishorizon kunnen astronomen röntgenstraling waarnemen, een indicatie dat er een zwart gat in de buurt is. De afwijkingen, meetbaar aan ander hemellichamen tonen dit ook aan.. Is er geen materie in de buurt zal het zwarte gat uiteindelijk verdampen. Via de elektrische veldlijnen van het magneetveld kan materie ontsnappen. Er is nog een manier om een zwart gat te ontwijken: als je eigenbeweging en je snelheid net goed zijn kan je weggeschoten worden van een zwart gat, in plaats van opgelokt te worden.

 

Nog even lonkten we naar de reeds verworpen theorie van de wormgaten en sloten de avond af net na 23.00u. Weeral een goed gevulde en actieve meeting achter de rug.

 

LBe

 

13:28 Gepost door LBe in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.