05-06-06

sterrenkijken, een handleiding.

 

Sterren kijken, een handleiding.

 

Onder deze noemer hebben we eens gekeken welke punten in de gaten te houden, teneinde een geslaagde kijkavond te genieten. De punten die we bespraken waren eigenlijk een checklist, een opsomming van aandachtspunten, zoals:

 

l       Welke voorbereidingen ?

l        Wat hebben we nodig?

l        Hoe gaan we te werk?

l        Waar moeten we allemaal op letten

l        Hoe slaan we onze gegevens op?

 

Niets is leuker dan je weg kennen. Ga je bijvoorbeeld op reis naar een verre bestemming, dan heb je enkele opties:

  1. Je weet de weg en vertrekt volledig zelfstandig.
  2. Je bent onbekend en je zorgt dat je landkaarten ter beschikking hebt.
  3. Je neemt een gids in de hand en laat je voeren.

Een reis kan pas slagen als je een doel hebt. Geen einddoel, maar een doel. M.a.w. wat wil je gezien hebben? Welke tussenstops wil je inlassen? Zit je voor bepaalde evenementen wel op de juiste locatie? Heb je alles bij om je reis optimaal te laten slagen? Allemaal vragen die best op voorhand ingevuld worden.

 

Een nachtje onder de sterren.

Een kijkavond organiseren is een klein beetje te vergelijken met de voorbereidingen van een korte reis.

Ook hier moeten best enkele voorwaarden voldaan worden. Het succes van je kijkavond kan er van afhangen. Waar moet je zoal aan denken? Weersomstandigheden, locatie, apparatuur, programma, afspreken met een collega, afstellen van de apparatuur, programma volgen, soort waarneming: allemaal punten waar je rekening mee moet houden.

 

Weersomstandigheden.

 

Vanzelfsprekend is dit de eerste voorwaarde die optimaal moet voldoen. Een waarnemingssessie organiseren terwijl het bewolkt is heeft geen zin. Mist, harde wind, extreme vriestemperaturen zijn ook te mijden. Regenbuien zijn uit den boze. Een enkele uitzondering kan gemaakt worden na een zomers onweer. De lucht zal dan heel waarschijnlijk uitklaren. Kunst is om wolken te kunnen lezen. We bekeken diversen soorten wolken en trokken conclusies. Sommige wolkensoorten lieten ons een bepaalde vrijheid, terwijl andere types zo dreigend waren dat een kijkavond uit te sluiten was (we hebben ervaring met deze toestanden). Een andere term die aan bod kwam was “seeing”.

Onder de term seeing verstaan we de doorzichtigheid van de atmosfeer. Hoe helderder het is, des te beter is de seeing. Maar…. Zelfs bij schijnbaar helder weer kan je een slechte seeing hebben. Hoe kan dat?

 

Warme lucht kan in bellen door de atmosfeer stijgen. Kruist zo’n bel je lichtpad, zal je beeldvorming danig verstoord worden. Luchtonrust beïnvloed de seeing. Het effect van seeingcellen in je optisch systeem is te vergelijken met de opstijgende warmte van dit wegdek. Het beeld is niet stabiel en scherp, het wiegt heen en weer in je beeldveld. We zagen diverse beelden van luchtspiegelingen.

 

 

Acclimatisatie van de apparatuur.

 

Een kijker, zelfs een verrekijker, moet de temperatuur van de omgeving hebben. Is dit niet het geval zullen bepaalde luchtstromingen het beeld gaan verstoren. Een open Newton is heel gevoelig voor temperatuursverschillen, een SCT is nog moeilijker te acclimatiseren Staat de kijker binnen, dan zal de lucht in de kijker heel waarschijnlijk warmer zijn dan de buitenlucht. Een Newton zetten we horizontaal buiten en laten de warme lucht langzaam uitstromen. Duur: 20 minuten

 

Een Schmidt-Cassegrain (SGT) is een gesloten optisch systeem en doet er 2 uur over of men moet een koeler plaatsen op de focusser. Deze koeler zuigt de warme lucht uit het systeem en brengt de acclimatisatietijd terug tot 30 minuten. Een refractor is ook een gesloten systeem en doet er ook 2 uur over om optimaal te acclimatiseren. Ook hier kan een koeler de aanpassingstijd inkorten.

 

Acclimatisatie, is dat echt nodig?

Wanneer je beslist dat acclimatisatie niet echt nodig is, zie je tijdens het kijken het object zachtjes op en neer wiegen.  De lichtbundel die je kijker in een brandpunt probeert te krijgen gaat een heel eigen leven leiden. De stralen komen niet allemaal terecht in het brandpunt. In sommige gevallen kan je de turbulentie die in je kijkerbuis heerst zelfs zien. Je ziet effectief bellen door je oculair.  Na verloop van tijd zie je merkbaar dat de waarnemingsomstandigheden beteren. Je kijker is geacclimatiseerd.

 

Locatie.

 

We hebben nu onze kijker thermisch onder controle en willen beginnen met waarnemen. Een kijker verzameld licht. Kunst is om zoveel mogelijk licht te verzamelen en bijgevolg zwakke dingen te kunnen bekijken. Logischerwijze gaan we dit doen op een donkere plaats. Weg van strooilicht, weg van trillingen, weg van rumoer en dan liefst zonder maan (of het moet een maanwaarneming betreffen) en bij voorkeur met een vrije horizon. Een ander item dat aandacht verdient is de omgeving. Was het de afgelopen dag een hete dag, ga het best niet staan waarnemen op of in de buurt van betonnen oppervlaktes.  De opgenomen warmte zal gedurende de ganse nacht voor ongewenste luchtstromingen zorgen. Een zandbodem heeft dezelfde eigenschappen. Het best sta je op een grasmat of weide.

 

Apparatuur.

 

Beslis op voorhand welke kijkers je gaat gebruiken (vergeet zeker je bino’s niet). Kijk op voorhand of alle accessoires voorhanden zijn. Niets is zo frustrerend dan je beste oculair of flexibel te vergeten. Neem altijd een setje gereedschappen mee: een kleine schroevendraaier, een tangentje, enkele steeksleutels, etc. Je zult ze maar nodig hebben en nergens vinden. Werk met een checklist: succes gegarandeerd!

 

Waarnemingsprogramma.

 

Kijkers OK, locatie OK, nu nog weten wat we willen en vooral kunnen zien: een waarnemingsprogramma.

Een sterrenatlas hebben we zeer zeker nodig. Hou evenwel rekening met het feit dat door dauwvorming je dure atlas ernstige schade kan oplopen (niet geplastificeerde uitgaven). Als alternatief kunnen we met behulp van de PC enkele sterrenkaartjes afdrukken. Er zijn tegenwoordig legio programma’s die realistische kaartjes laten afdrukken. Een heel handig hulpmiddeltje, het ganse jaar door, een draaibare sterrenkaart. Stel datum en tijd in en je krijgt de sterrenhemel die heel actueel is. Waarnemen op een afgelegen plaats is bijna onverantwoord als je dit in je eentje doet. Je kan hulp nodig hebben om je kijker op te stellen. Je kan iets aan de hand krijgen, een val, je kan ‘s nachts stropers, boswachters en politie op je waarnemingsstek verwachten (hebben we meegemaakt). Een waarneming bevestigen is steeds gemakkelijker als je met twee bent en je zal zeker een betere waarneming doen als je samen met een collega het beeld bestudeerd.

 

Afstellen van de apparatuur.

Aangekomen op de waarnemingsplaats moet je natuurlijk eerst je opstelling in orde maken. Ga je losjes uit de hand werken is dit minder arbeidsintensief. Ga je parallactisch werken, dien je extra tijd te voorzien om een perfecte poolafstelling te bereiken. Heb je een moderne GPS/GoTo-opstelling laat je de elektronica haar werk doen. Duur: 5 minuten. Help ieders opstelling zo optimaal mogelijk in orde te brengen. Je hebt er de hele sessie voordeel van. Qua afstelling ben je zo klaar met een Dobson.  De enkele taken die je moet doorvoeren zijn:

 

 

 

Programma volgen.

 

Als voorbereiding had je enkele sterrenkaartjes afgedrukt met daarop de objecten die je het liefst zou willen zien.

Raadpleeg op de kaartjes altijd de beste tijd wanneer een bepaald object waar te nemen. Men is het meest geneigd om een object te bekijken van zodra dit opgekomen is. Beter is te wachten tot het betreffende object hoger aan de hemel staat. Sterrenkaarten kunnen je helpen te bepalen wat, wanneer te bekijken. Voor een optimaal resultaat volg je best een vooraf uitgestippeld traject. Het alternatief is natuurlijk het los uit de hand werken, vertrouwen op je kennis van de hemel en je correct gevoel van tijd. Deze vorm van kijken zal je kennis van de sterrenhemel niet echt uitbreiden.  Het is een misopvatting dat de hemel bezaaid is met lichtzwakke objecten.  Het heet daarboven niet voor niets “ruimte”. Deze ruimte is vooral leeg. Je moet een goede kennis hebben om alles weten te staan en dan nog…..sterrenkaarten zijn onmisbaar (starhopping). We namen als voorbeeld M104, de Sombreronevel in de Raaf. We toonden enkele sterrenkaarten en gaven een route aan die je best kan volgen, wil je zonder al te veel problemen het object vinden, Natuurlijk  is het vanzelfsprekend dat ieder zijn eigen ding kwijt kan bij deze manier van zoeken. Je eigen creativiteit zal je snel of minder snel tot het te zoeken object voeren.

 

Soort waarneming.

 

Eerst en vooral: de kijker die je hebt is al een indicatie voor datgene je het liefst ziet. Een planetenliefhebber kiest voor een lensenkijker met een hoge f-waarde (resolutie). Een Deepsky-waarnemer heeft voor alles licht nodig en zal een zo groot mogelijke opening kiezen: een Newton met een zo laag mogelijke f-waarde (lichtsterk). De tussenweg is een SCT. Deze kijker combineert de beide en kan hoge resolutie aan (f10), welke men kan reduceren met een speciale ring naar f4.6. Wat men ook wil doen, er is één item dat NOOIT mag ontbreken en dat is een verrekijker of binoculair. Gebruik altijd als eerste instrument je verrekijker en bestudeer de omgeving van het waar te nemen object. Je zal het object sneller vinden door het grotere zichtveld.

 

Kies bij voorkeur voor een handzame en lichtsterke verrekijker. De zwaardere en lichtsterkere kijkers moeten al snel op een montering geplaatst vanwege hun gewicht. Lensopening en vergroting zijn individueel. De ene prefereert een 7 x 50, terwijl anderen het houden op 12 x 50, 80 x  100……. Met twee ogen kijken is rustig observeren.

 

 

Andere waarnemingen.

Naast het bekijken van planeten en deepsky-objecten kan je ook andere waarnemingen doen, zoals satellieten spotten, meteoren, veranderlijke sterren, supernovae zoeken, kometen zoeken,etc. Elke discipline heeft haar eigen charmes, maar vergen allemaal voorbereidingen, wil je optimaal waarnemen.

 

Einde waarnemingssessie: things to do:

 

Eén ding is zeker: na een nacht waarnemen is alles nat. Zelfs in putje zomer. Zet alles zodanig weg dat het vocht kan verdampen. Niet alleen je kijker, maar alles wat je bij had; ook sterrenkaarten en atlassen. Veeg NOOIT je lenzen of spiegels droog. Laat de tijd dit voor je doen. Voor je het weet zijn de gevoelige coatings zodanig aangetast dat je instrument niet meer optimaal functioneert. Kijkerslenzen en spiegels hebben een coating en  zijn heel gevoelig . Ze mogen  bijgevolg nooit zomaar zuiver/droog geveegd worden. Probeer er af te blijven. Er is een verschil tussen een lens reinigen en een lens ontdauwen.

 

Te vermoeiend allemaal?

 

Besef dan dat alle bovengenoemde onderwerpen alleen tot doel hebben dat je optimaal kan waarnemen. Een ander, niet te verwaarlozen, winstpunt is dat je door je kijker correct te behandelen  je jaren plezier kunt hebben van je investering. Op naar de volgende expeditie!

                                                                                                                                             LBe

12:29 Gepost door LBe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.