06-05-06

Gezamenlijke meeting Aquila-Noorderkroon 5 mei 2006

In het najaar van 2005 hadden we contact opgenomen met de voorzitter van Aquila –Lommel met als doel de vriendschapsbanden van weleer terug aan te halen .  Dit voorstel werd met veel enthousiasme onthaald en we werkten dit uit in een gezamenlijke bijeenkomst met een bijdrage van elke kring. Geen passief, maar een actief bezoek. Op de agenda de volgende uiteenzettingen: Kometen, evolutie op de rand door Lambert Beliën en een reisverslag Namibië 2004 door Nico de Jongh. Voordat beide sprekers de vloer kregen hebben de gezamenlijke voorzitters Rudi van Bommel en Lambert Breemans een kort woordje tot de aanwezigen gericht.

 

Aquila-voorzitter Rudi van Bommel verwelkomde het gezelschap, alsook Dirk Devlies, afdelingscoördinator VVS in het gloednieuwe (schitterende) clublokaal, ter beschikking gesteld door Lucas Pellens.  Rudi haalde aan dat het Dirk Devlies was die enige tijd geleden een oproep deed aan de Vlaamse kringen om de  onderlinge contacten aan te halen. Zover we weten hebben we weer een primeur te pakken. Aquila en Noorderkroon zijn de eersten die aan deze oproep een gevolg gaven. Rudi liet ook weten dat we reeds afgesproken hadden om van dit event een jaarlijks agendapunt te maken.  Een korte terugblik naar de tijden dat Noorderkroon veelvuldig op bezoek was bij Aquila, toen onder de bezielende leiding van George Bleyen. De brand die Aquila moest ondergaan en de solidariteit en de eigen wilskracht die hen er terug bovenop bracht. Een staaltje van “zo moet het!”. Aquila komt  om de 14 dagen samen (vrijdag’s), de ene keer bij Lucas Pellens, de andere keer bij George Bleyen. Men heeft een andere manier van werken. Wij werken met een kwartaalprogramma, terwijl Aquila gebruik maakt van de inbreng op het moment. Leden die een bijeenkomst bijwonen schrijven bepaalde onderwerpen op een bord en daaruit selecteert men de gespreksonderwerpen van de avond.  Voordat de voorzitter het welkomstwoord beëindigde merkte hij op dat Lucas Pellens een nieuw projectiescherm gemaakt had. King-size, want niet minder dan 4 m op 2m (schatting).

 

Noorderkroon-voorzitter Lambert Breemans  dankte de voorzitter voor zijn ontvangst en liet weten ook zeer verheugd te zijn in de hernieuwde kennismaking. Ook Noorderkroon zag zwarte dagen toen stichter en bezieler Adriaan Claassen het aardse inruilde voor het eeuwige. Achter bleef een zwart gat dat deels de oorzaak was van het verloren contact met Aquila. We zijn nu enkele jaren verder, hebben gehergroepeerd en gesterkt in de wetenschap  dat we nog bekende vrienden hebben in de onmiddellijke omgeving was deze stap een logisch gevolg. Ook Noorderkroon zal er alles aan doen om deze hernieuwde kennismaking  uit te werken tot een rotsvast gegeven. Gesterkt door de lovende woorden en intenties van beide voorzitters kon het actieve gedeelte van de avond starten. Intussen waren de technische problemen met de beamer die niet wou corresponderen met onze laptop opgelost en kon Lambert Beliën aanvangen met het eerste luik van de avond, een uiteenzetting over kometen en de vraag of hun materie echt wel oermaterie is.

 

Kometen, evolutie op de rand.

 

Afgelopen jaar hebben we enkele verrassende elementen onder de loep genomen. Oude theorieën, nieuwe inzichten…jonge bolhopen, een exoplaneet in een bolhoop.  Misschien is er wel iets te vertellen oven kometen?

 

Het verhaal begon met een kort overzicht onder de noemer “wat hebben we nodig om een komeet te vormen?”

Allereerst natuurlijk een protoplanetaire schijf welke uiteindelijk kan evolueren in een volwaardig zonnestelsel. Het heldere, turbulente centrum is een ster, te vergelijken met onze zon. Sterren zullen zich vormen in het diffuse gas van de schijf. Naarmate de ster groeit zal haar zwaartekracht toenemen. De kracht die opgewekt word is verantwoordelijk voor een roterende schijf van gas en stof, een protoplanetaire schijf. Deze schijf kan verder evolueren naar planeten, manen, planetoïden en kometen.

 

Dieper ingezoomd in de schijf zien we deeltjes, microns groot, die clusteren tot millimeter- en centimeter grote deeltjes. Naarmate deze deeltjes groeien zal de zwaartekracht toenemen. Onder invloed van zwaartekracht zullen objecten in de onmiddellijke omgeving botsen en deel gaan uitmaken van het zwaarste object in de buurt.

Dit proces blijft zich herhalen totdat uiteindelijk een komeet gevormd is. Omdat kometen in de ijzige gebieden van de protoschijf, ver van de oorspronkelijke ster gevormd worden, zullen moleculen zoals water, methaan en koolstofdioxide bevriezen in de microngrote deeltjes, nog voor ze botsen met grotere deeltjes. Eenmaal het  zonnestelsel gevormd is zullen de gravitaties van de grotere planeten de banen van de kometen beïnvloeden en hun in een baan om de zon brengen. Als een komeet in de buurt komt van de zon zal de opwarming het bevroren gas in de komeet sublimeren. Sublimatie van de moleculen, direct onder het oppervlak van de komeet forceert een stroom van gas en stof in de vorm van een jet. Het gevolg van deze actie is een wolk van gas die zich rond de kern van de komeet gaat nestelen, de coma. Interacties tussen de ingrediënten van de coma en het directe zonlicht en zonnewind resulteren in de staart van de komeet. Dat is wat wij tegenwoordig weten…..

 

Kometen en hun invloed op het middeleeuwse denken.

 

In vroege tijden waren kometen onheilbrengers. Menig ramp werd toegewezen aan kometen, die altijd wel te zien zijn. Het beroemde tapijt van Bayeux is een voorbeeld hiervan. Halley’s passage in 1066 voorspelde de uitslag van de slag om Hastings. In 1910 (Halley) verkocht men pillen tegen komeetkoorts.

 

Iets realistischer werd het met de determinatie van Fred Whipple in 1950; een komeet is een vliegende berg ijs.

Later dat jaar ontdekt Jan Oort dat kometen restanten zijn van de vorming van het zonnestelsel. Het oorspronkelijke materiaal is afkomstig uit de periode dat de grote planeten gevormd werden. De ejecta verzamelde zich in een reservoir dat we nu kennen als de Oortwolk.

 

De Oortwolk.

 

De Oortwolk is 4.5 miljard jaren oud en heeft een temperatuur van enkele graden boven het absolute nulpunt.

Daarom vermoedde men dat het materiaal ter plaatse oermateriaal was. Kometen bestaat uit ijs en stof. De verhouding was niet gekend, wat men wel wist was dat de Oortwolk de leverancier was van alle langperiodieken kometen. Het volume is zo groot dat onderlinge botsingen zeldzaam zijn.

 

De Kuipergordel.

 

De Kuipergordel is de leverancier van de kort-periodieke kometen (aantal: enkele miljarden stuks) en heeft een overlapping met de baan van Pluto. Ook hier was de stelling: kometen zijn oeroude relieken. De dichtheid van de Kuipergordel is 1000x hoger dan de Oortwolk. Onderlinge botsingen zijn gemeen goed en maken dat er in de Kuipergordel geen oerkometen meer zijn.

 

Nieuwe inzichten.

 

1970: Studies van stralingen op hemellichamen tonen aan dat, alhoewel kometen (gemiddeld) een grote afstand tot de zon hebben,  ze constant worden gebombardeerd door UV-licht dat over een periode van miljoenen jaren een oppervak kan kleuren, zelfs verduisteren. Hoogenergetische kosmische stralingen penetreren het oppervlak van kometen tot op verschillende meters diepte. Gevolg van deze bestraling is dat chemische verbindingen gewijzigd kunnen worden en zelfs de microscopische structuur van het oppervlaktemateriaal kan beïnvloeden. UV en kosmische straling creëren een korst op het oppervlak.

 

Anders denken?

 

Deze bevindingen veranderden in eerste instantie niets aan de denkwijze (1970). Men nam aan dat bij de eerstvolgende passage om de zon, de “stralingseffecten” verwijderd zouden worden, door het snel sublimeren van het oppervlakte-ijs. Ook in 1970 ging men beseffen dat het radioactieve verval van de interne massa de komeet opwarmde. Sommige kometen zouden zodanig intern opgewarmd kunnen worden dat , in extreme gevallen, hun ijs (koolstofdioxide en water) door verdamping in een vroeg stadium verloren ging. 

Eind jaren 80: Op reis naar de zon wordt een komeet gezandstraald (reeds op grote afstand van de zon).

De relatieve snelheid van de zon ten opzichte van het gas en het stof in het interstellaire medium is 100.000 km/h. Gevolg is dat elke botsing met een stofdeeltje resulteert in een stukje oppervlakte-erosie. Computermodellen tonen aan dat de kometen van een kleine 10 cm tot enkele tientallen meters in de diepte kunnen afslijten.

 

Opwarming in de Oortwolk

 

Niet alleen onze zon warmt de kometen op. Kometen die nog steeds in de Oortwolk zitten kunnen opgewarmd raken door sterren die te kort in de buurt komen van de Oortwolk. Het moeten dan wel heldere O- en B-sterren zijn. Deze sterren hebben de lichtkracht om de Oortwolk plaatselijk tot op 30 Kelvin op te warmen en dit voor een periode van enkele duizenden jaren. Supernova’s kunne ook een impact hebben. Er zijn in het verleden enkele supernova’s geweest waarvan men denkt dat ze krachtig genoeg waren op de ganse Oortwolk tot 70 Kelvin te verwarmen.70 Kelvin is nog steeds koud, maar toch al genoeg om sommige gassen te sublimeren (methaan, stikstof, andere edele gassen) en chemische reacties losmaken in het oppervlakte-ijs.

 

 

 

Komeetevolutie.

 

We zagen dat onderlinge botsingen oude kometen vernietigden en nieuwe kometen als gevolg had in de Kuipergordel. Allerhande soorten van erosie slijten het oeroude materiaal. Deze gebeurtenissen hebben als gevolg dat we niet het oermateriaal van het zonnestelsel bestuderen. Het geeft een niet correct beeld van deze materie.

 

Komeetmissies.

 

In het verleden zijn er al komeetmissies geweest, een opsomming:

1985        NASA ICE missie

1986        twee Russische Vega’s en twee Japanse: Susei en Sagigake (Halley)

1986        ESA Giotto bij komeet Halley

1992        ESA Giotto bij komeet Grigg-Skjellerup.

2001        NASA Deep Space 1 naar komeet Borrely

2004        NASA Startdust naar komeet Wild 2

2005        NASA Deep Impact

 

Giotto 1985.

ESA stuurt als eerste een sonde naar een komeet. Doel: zo kort mogelijk bij de kern van Halley (13 maart 1986) komen en observeren. Resultaten: 80% van de uitstoot is water. Zeer donker oppervlak (stoflaag). Grillige vorm met heuvels en depressies .Dichtheid van de kern: 1/3e van water. Heel kleine stofdeeltjes: < 40mg. Alle materialen (behalve stikstof) komen in dezelfde verhouding voor als in de zon.Oppervlaktelaag bestaat uit organisch, koolstofrijk materiaal.

 

Deep Space 1 & Komeet Borrely.

Op 21 september 2001 heeft het ruimtevaartuig Deep Space 1 langs de komeet gevlogen. Het is erheen gestuurd bij de verlengde missie van het toestel en heeft een onverwachte surplus opgeleverd voor de wetenschappers van de missie. Ondanks een defect aan het systeem dat diende voor de oriëntatie van het ruimtevaartuig, heeft de Deep Space 1 de beste foto’s en wetenschappelijke gegevens van een komeet van die tijd naar Aarde weten te sturen.

 

Deep Impact.

Juli 2005, de Amerikaanse ruimtesonde Deep Impact bezoekt de komeet 9P/Tempel 1. Eenmaal aangekomen zet het moederschip op 4 juli een 370 kilo zware koperen ”bal” op ramkoers met de komeet. Bij de inslag van die sonde moet een pluim van gas, stof en ander materiaal vrijkomen die ons meer vertelt over de samenstelling van kometen en de rol die ze vervullen in het heelal. We bekeken de toestellen in detail  en zagen beelden van de inslag.

 

Rosetta

In de eerste jaren na de lancering (in 2004) zal Rosetta een aantal keren rond de zon vliegen. Daarbij passeert het een aantal keren de Aarde en Mars, en maakt bij het passeren gebruik van de zwaartekracht, om snelheid te maken. Daarna gaat de ruimtesonde enkele jaren in "winterslaap", tot enkele maanden voor het bereiken van de komeet (2014). Wanneer Rosetta zich in een baan  om de komeet heeft geplaatst zal het daar ruim een jaar onderzoek verrichten. Tevens zal de sonde bestuderen hoe de coma van de komeet zich ontwikkelt terwijl de komeet de Zon  nadert. Na een aantal maanden maakt zich tevens van de ruimtesonde een lander los, Philae genaamd. Omdat de komeet een zeer geringe zwaartekracht heeft vuurt Philae vlak voor de landing twee harpoenen af, deze moeten voorkomen dat de lander weer terug stuit in de ruimte. Oorspronkelijk doel was komeet 46 P/Wirtanen. Na uitstel van de lancering koos men voor  67 P/Churyumov- Gerasimenko. Tijdens de 10-jarige vlucht hoopt men minstens 1 planetoïde aan te doen. 

 

Stardust, een stofzuiger.

Stardust (Engels voor sterrenstof) is een onbemand ruimtevaartuig dat gelanceerd is op 7 februari 1999 en landde op 15 januari 2006 om 10:11 UT. Op 2 januari 2004 vloog het langs de komeet Wild 2, deed daar metingen en maakte foto's. Het unieke van dit project was dat Stardust tijdens zijn vlucht stofdeeltjes uit de ruimte opving, tijdens de ontmoeting met Wild 2 losvliegende komeetdeeltjes opving, en het opgevangen materiaal terug bracht naar de aarde ten behoeve van nader onderzoek. In de herfst van 1995 kreeg het project groen licht, en in januari 1996 werd begonnen met de realisatie. Op 7 februari 1999 werd Stardust gelanceerd met behulp van een Delta 2 raket vanaf Cape Canaveral, Florida. Op 2 november 2002 vloog Stardust op een afstand van 3300 kilometer langs de planetoïde 5535 Annefrank en nam daarvan een aantal foto's. Toen Stardust in januari 2004 langs de komeet Wild 2 vloog, werden losvliegende komeetdeeltjes opgevangen met behulp van een speciaal materiaal genaamd aerogel.

 

Aerogel wordt gemaakt van vier chemicaliën die na menging een gel vormen. Deze gel wordt gedroogd door het onder hoge druk te verhitten. Het is extreem poreus materiaal, en heeft daarom een extreem lage dichtheid.

Testen met aerogel hebben aangetoond dat dit materiaal deeltjes kan opvangen die een snelheid hebben van maximaal 10 km/seconde (ongeveer 6 keer zo snel als een geweerkogel). Bovendien moet de schade die de inslaande komeetdeeltjes aan het ruimtevaartuig veroorzaken beperkt blijven. Voor ruimtevaartbegrippen is 10 km/seconde echter een betrekkelijk lage snelheid, of beter gezegd een betrekkelijk lage relatieve snelheid.

Er moest dus voor Stardust een traject worden bedacht waarbij de snelheid van het ruimtevaartuig ten opzichte van de komeet tijdens de ontmoeting betrekkelijk laag was. Het gekozen traject zorgt er voor dat Stardust langs de komeet zal vliegen met een relatieve snelheid van 6,2 km/seconde, zodat de aerogel voldoende komeetdeeltjes heeft kunnen opvangen. Deze ontmoeting vond plaats op 2 januari 2004 op een afstand van 300 kilometer tot de komeet. We zagen beelden van de Aerogel, de landing van de sonde en enkele inslagen in de aerogel-tegels.

 

Internet-onderzoek

Het vinden van de uiterst kleine interstellaire deeltjes zal niet makkelijk zijn. Men bekijkt de samples met een microscoop en met zodanige vergrotingen dat het beeldveld niet veel meer is dan de diameter van een zoutkorrel.

Een vergelijking van deze opdracht: Zoek en vind 45 mieren op een voetbalveld. Bekijk telkens gebiedjes van 5 cm op 5 cm. Je moet dus 1,6 miljoen veldjes doorzoeken. (niet alleen oppervlakkig!) Het Stardust-team alleen zou hier 20 jaren mee  bezig zijn.

 

 

Nieuwe inzichten?

Onderzoek heeft aangetoond dat het oude inzicht betreffende oermateriaal niet helemaal dat is wat we dachten.Nieuwe gegevens, resultaten van de laatste missies, ze zullen zeker volgen!! De eerste beelden voor de microscopische zoektocht werden vrijgegeven in April 2006. Kern van het verhaal is dat we voorzichtig moeten zijn met de term “kometen, dat is oermateriaal!” Het zal wel voor een groot gedeelte zo zijn, maar niet voor de volle 100%. En dan is het nog maar net welke komeet. Voorzichtigheid is geboden! In nabeschouwing reflecteerden we nog even over het verschil  kort- en lang periodieke kometen en hadden het even over de heel actieve komeet 73/P Schwassmann Wachmann. De gefragmenteerde komeet voert een hele show op. Zeker kijken!

 

De voorzitter dankte Lambert en overhandigde een fles wijn om de keel terug te smeren.

 

 

Reisverslag Namibie 2004

 

 Het tweede luik, die avond was een diapresentatie door Nico de Jongh, een oude bekende. Nico liet ons deelnemen aan een expeditie naar Namibië die hij samen met Josch Hambsch (Mol) ondernam in 2004. Voordat Nico van wal stak adviseerde hij ons om eens een bezoek te brengen aan de website van Josch. Op deze website kan je schitterende beelden vinden die Josch zelf maakt. De kwaliteit van deze beelden is onvoorstelbaar. Resultaten als deze laten zien dat zelfs een amateur-astronoom  professioneel werk kan leveren. De website kan je bereiken via de VVS-site, maar je kan ook rechtstreeks naar http://www.astronomie.be/hambsch.

 

Het reisverslag begon met een landkaart. Nico situeerde het uiteindelijke doel van de expeditie op de kaart; Hakos Guest Farm, aan de voet van  Gamsberg Mountain (2000m hoogte), een kleine 130 km verwijderd van Windhoek, de hoofdstad. Het domein is een slordige 16.000 ha groot en de accommodaties en leefritmes zijn volledig afgestemd op amateur-astronomen. De Gamsbergen (zie foto) zijn twee tafelbergen. Op hun toppen plande men vroeger een heuse professionele sterrenwacht. Het Max Planck-instituut deed er prospectie, bouwde enkele gebouwen en hun bevindingen waren dat deze locatie tot de wereldtop behoorde. Politieke beslissingen deden echter het deksel op de pot en de uiteindelijke sterrenwacht kwam niet op de Gamsbergen, maar weken uit naar Chili. De plaatselijke politieke onstabiliteit, toentertijd, hebben deze beslissing in de hand gewerkt. De gebouwen werden overgedragen en de uitbater van de Hakos GuestFarm vulde als eerste een gat in de markt en stelde haar faciliteiten ten dienste van de amateur-astronomen. Na Hakos zijn er nog andere gevolgd.

 

In de onmiddellijke omgeving van de guestfarm is het IAS, een Duitse amateur-sterrenwacht. Als lid kan men waarnemingstijd “kopen”. De sterrenwacht van  Hakos is ook niet mis, je hebt een heuse C-14 op een Liebherrmontering ter beschikking, er is een 45 cm astrocamera, er zijn legio zuiltjes met bijhorende kijkers.  Mensen die het boek “DeepSky Splendors”van Hans Vehrenberg hebben zullen opmerken dat de locatie en de montering bekend is. Inderdaad; Hans Vehrenberg heeft hier diverse opnames gemaakt voor bovenstaande fotografische sterrenatlas. De montering werd door Hans Vehrenberg geschonken aan uitbater Walter.

 

 

Relatief vlakbij kan je de telescopen van het H.E.S.S.-project ( High Energy Stereoscopic System) gaan bekijken. De naam refereert naar de ontdekker van de kosmische straling, Victor Hess. Hij ontving in 1936 de Nobelprijs voor Fysica. Men verricht hier onderzoek naar gammastraling. De hooggevoelige ontvangers steekt men overdag weg in de huisjes die je rechts op de foto kan zien. In totaal zijn er 4 schotelantennes.

 

Voor de polyglotten onder ons schakelen we heel even over naar het Zuid-Afrikaans: BHE gammastrale is elektromagnetiese straling met ‘n energie van ongeveer 1012 eV, wat baie hoër as dié van X-strale is. Daar is gevind dat hierdie tipe straling deur sterre onder ekstreme toestande uitgestraal word, bv. in supernovas, pulsare, aktiewe galaksies en X-straal binêre sisteme. Hierdie gammastrale beweeg ongehinderd vanaf die bronne en deur dit waar te neem kan die aard van die bron ondersoek word. Hierdie inligting kan onder meer ook gebruik word om te probeer vasstel waarvandaan die alomteenwoordige kosmiese strale kom, en om die aard van die interstellêre medium te ondersoek. Om het maar eens even in hun eigen woorden te zeggen.

 

 

 Na enkele dia’s van de omgeving kwamen we toe aan het hoofdstuk astro-opnames.  Nico had een hele batterij camera’s meegenomen en lenzen in de range van 28 mm tot 300 mm. Fotograferen deed Nico met de roodgevoelige  Elitechrome op f4 en als belichtingsduur nam hij ca 1 uur. De camera’s reden piggyback op de grote kijkers. Dit wil zeggen dat je de camera gewoon boven op de hoofdkijker plaatst en laat die het werk maar doen. Dergelijke monteringen zijn zwaar genoeg om randapparatuur te ondersteunen. Naast deze camera’s hadden Josch en Nico ook de beschikking over een Takahashi FSQ 530 mm f3.8 en enkele CCD-camera’s Overdag was het een gemoedelijke 20 tot 25 graden, in de nacht koelde het af tot 3 graden. Het kon zelfs vriezen! Hoogste tijd  voor de opnames! Nico begon deze reeks door eerst de melkweg te scannen met een 28 mm lens. Heel duidelijk was de “ruggengraat” te zien. De donkere stofnevels, de het abundante van de emissienevels, de fonkelde open sterrenhopen, de bolhopen. Beeld voor beeld taste we de ganse zuidelijke melkweg af. Heel mooi. Naargelang de reeks vorderde werden de vergrotingen zichtbaar. Nico bouwde de reeks op aan de hand van lens-brandpunt. We zoomden als het ware in op de zuidelijke sterrenhemel. Daar waar we in het begin al onder de indruk waren, het werd steeds beter! Objecten als de Magelhaanse wolken, 47 Tucanae, de Pijpnevel, de Omega Centauri, Centauri A, de Zandloper, de Tarantulanevel, de Kattepoot, een hele resem Messier-objecten, Index Catalogue’s, NGC’s, noem maar op, het was er allemaal.  Op den duur waren we al details van objecten aan het bekijken. Sterrenkundige items aan de rand van de Kolenzak, sterrenhopen in emissienevels, blauwe nevels, rode nevels, groene nevels; Nico liet ons weten dat deze gebieden de kleurrijkste zijn die je überhaupt ergens kan zien. De laatste beelden waren genomen met een 300 mm telelens. Sommige objecten paste niet meer in het kader. Nog meer details te zien; verbluffend mooi (wanneer vertrekt dat vliegtuig?). Individuele sterren van bolhopen werden  zichtbaar. Heel subtiele details, die je visueel niet te zien krijgt werden duidelijk weergegeven op de gemaakte opnames. Het was overweldigend en als je dit ziet begrijp je dat mensen die een dergelijke expeditie gedaan hebben met alle geweld terug willen gaan. Onder luid applaus beëindigde Nico zijn reisverhaal en kreeg van de voorzitter een dankwoord en een fles overhandigd om de keel te smeren.

 

Na deze beide voorstellingen was het tijd voor een hele reeks groepsfoto’s en koffie. We hebben aangename gesprekken gevoerd en een bezoek gebracht aan de sterrenwacht van Lucas Pellens. Hou je vast: in de sterrenwacht een heuse Obssesion 20”.  Vrij vertaald en onder de noemer “think big”, dit is een dobsonkijker met een spiegel van 50 cm. Een juweel! De kijker is voorzien van digitale verdeelcirkels, een heel professionele focuseerinrchting en een Telrad-finder. Opvallend was hoe goed de kijker uitgebalanceerd was. Het hele gevaarte (en dat is niet niks) kan je met één vinger roteren. We hebben met Lucas Pellens een hele tijd over de kijker gesproken.  Bij het huiswaarts keren (het was al een eind na middernacht) hebben we iedereen bedankt en hopen hen terug te zien in 2007 als wij op onze beurt Aquila-Lommel zullen ontvangen.

 

Deze gezamenlijke bijeenkomst hoort heel zeker thuis in de lijst van topevenementen die Noorderkroon in haar 28 jarig bestaan heeft opgebouwd. Aan hen de niet aanwezig konden zijn: maak volgende keer zeker tijd vrij om dit mee te maken.  

 

Foto's worden op een later tijdstip toegevoegd.

18:30 Gepost door LBe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Aquila-Noorderkroon een top-meeting!! Voor herhaling vatbaar.

Gepost door: LBe | 06-05-06

De commentaren zijn gesloten.