24-03-06

Verslaggeving Maart 2006

Verslagen Nationale sterrenkijkdagen 2006.

 

Vrijdagavond, 20.00u. Het zag er niet al te schitterend uit, een licht bewolkte hemel en een dreigende mist. Toch besloten om de 102 mm lenzenkijker op te stellen op de toren en het waarnemen te starten. Geert Schuurmans had zijn eigen kijker meegebracht en werkte hiermee op het waarnemingsplatform, buiten de sterrenwacht. Onmiddellijk na de start trok de hemel quasi dicht en hebben we even afgewacht: de juiste beslissing, want eerst heel twijfelachtig maar toch, de hemel trok open. We hebben enkele groepen bezoekers mogen ontvangen die gretig door de kijker gekeken hebben naar de maan, Saturnus, Orionnevel, open sterrenhopen, bolhopen, satellieten en dies meer. Het lijkt wel traditie, maar ook deze keer hadden we weer internationaal gezelschap. Er waren bezoekers die (net uit het vliegtuig) vanuit Noorwegen naar onze sterrenwacht kwamen, bezoekers vanuit Zonhoven, Bocholt, Hamont,…. Tijdens het waarnemen kwamen vragen van alle kanten. Gesprekken zoals hoe je moet kijken, wat je kan verwachten,  wat je ziet, wat een kring kan bieden, etc., het was er allemaal! Wat opviel deze keer, was dat de bezoekers die we mochten ontvangen langer dan gebruikelijk op de toren bleven en samen met ons deze eerste nationale kijkavond tot een succes maakten. De publicaties die VVS ons ter beschikking werden gretig meegenomen. We sloten af met een frisse pint in de taverne en keerden huiswaarts rond de klok van 00.30u. Op dat moment zat de hemel potdicht. Even afwachten wat zaterdag zal brengen (mocht de hemel dicht zitten (laat ons hopen van niet), we hebben nog steeds een vervangprogramma ter beschikking).

 

Zaterdag, 20.00u Een korte samenvatting van de tweede sterrenkijkdag. Zaterdagavond was het een stuk beter dan vrijdag. De hemel boven Achel was helder, met een beetje (niet hinderende) sluierbewolking aan de zuidelijke horizon. De maan, Saturnus en Mars kwamen kristalhelder in beeld. De opkomst en belangstelling tijdens de tweede kijkdag was beduidend groter. Op een gegeven moment moesten we het publiek in groepen splitsen, een groep aan de kijker en een groep buiten op het waarnemingsplatform voor sterrenbeeldherkenning. Onder de koepel van de sterrenwacht keek men gretig naar de maan, de planeten Mars en Saturnus, de Pleiaden, de Orionnevel,….. Op het platform hebben we de sterrenbeelden getoond en meteen de mythologie van elk sterrenbeeld aangehaald. Geert had zijn kijker weer opgesteld en Job werkte met zijn grote binoculair. Tijdens de buitensessies zagen we enkele meteoren de hemel doorklieven (helaas geen vuurbol!). Terwijl binnen, op verzoek van het publiek, de kijker  vooral gericht werd op maan en planeten, hebben we buiten met de bino’s diverse deepsky-objecten kunnen waarnemen. De vice-voorzitter van de VVS, Stijn De Jonge, heeft ons bezocht en enkele sfeerbeelden genomen. Al met al kunnen we stellen dat zaterdag beter was dan vrijdag, zowel qua opkomst als zichtbaarheid. Eindconclusie Nationale Sterrenkijkdagen 2006: zeer geslaagd!! We hebben als kring weer een doelstelling verwezenlijkt; het promoten van de sterrenkunde. Reacties van bezoekers waren een uitstekende graadmeter. Er waren verschillende bezoekers waar we zeker meer van gaan horen. Verschillende mensen hebben het adres van onze website opgevraagd en zullen ons langs deze weg volgen. Met dank aan VVS voor de organisatie en het verschaffen van diverse publicaties en dank aan de leden die zich  ingezet hebben teneinde deze editie van de Nationale Sterrenkijkdagen te laten slagen. Rendez-vous in 2007!!!

                                                                                                                                                    LBe

 

 

Verslag van Noorderkroon-bijeenkomst op 18 maart 2006.

 

Bijeenkomst samen met VVS-voorzitter Claude Doom en afdelingscoördinator Dirk Devlies met als thema Botsende sterrenstelsels. De voordracht “botsende sterrenstelsels” was een presentatie door de VVS-voorzitter.

 

Onderzoek naar botsende stelsels is jong. Het is pas de afgelopen 10 jaren dat men inzicht heeft gekregen in deze materie. Nochtans is dit het fenomeen “botsende sterrenstelsels” een heel essentieel proces.. Voor de evolutie van sterrenstelsels zijn botsingen onmisbaar. De werking van sterrenstelsels kan niet gegarandeerd worden als er geen botsingen zouden zijn.

 

Claude Doom begon zijn presentatie met enkele beelden van onze melkweg. Nu… op zich zijn dit geen realistische beelden, gezien het feit dat we in het stelsel zelf zitten. Claude vergeleek dit met een groot bos. Als je in het bos zit, kan je helemaal geen beeld vormen van het bos in zijn totaliteit. M.a.w. je ziet door de bomen het bos niet meer. De totale vorm ontgaat je. Ook zo als je een beeld probeert te vormen van ons melkwegstelsel. Radiogolven helpen ons een beetje en zodoende kon Claude ons een beeld voorschotelen hoe ons melkwegstelsel eruit ziet. Het geprojecteerde beeld gaf de onlangs ontdekte balkspiraal weer. Wat opviel op de afbeelding waren de talrijke “hotspots”, rode gasgebieden (HII) en jonge, hete (blauwe) sterren. Het intense UV-licht van de jonge sterren ioniseert het gas.

 

 

Negentig percent van alle jonge sterren zitten in de schijf en doen er 250 miljoen jaren over om een rondje rond het centrum van het stelsel te maken. De sterren in het centrum draaien sneller dan die in de buitengebieden. Het hele rotatieproces van traag en snel maakt dat spiraalarmen niet blijvend zijn. Na verloop van tijd zullen spiraalarmen verdwijnen. Als je de sterren in een stelsel gaat opdelen in oud en jong merk je ook op dat de oudere sterren, de rode reuzen, homogeen verdeeld zijn. De dikte van een spiraalvlak is ruwweg 2 % van de diameter van het stelsel. De donkers stofbanden die je in vele stelsels kan zien zijn ook heel belangrijk. Donkere stofwolken zijn koud (- 240° C) en maar goed ook, want enkel dan kan instorting gebeuren.

 

Dichtheidsgolven  in dichtgewonden spiralen gaven een heel duidelijk beeld van spontane stervorming. Claude vergeleek de dichtheidsgolven met files. Op de beelden was heel duidelijk te zien welk een effect de dichtheidsgolven hebben op een sterrenstelsel. Kijkje naar “lossere”spiraalstelsels dan zie je andere verschijnselen. Je kan er vreemde, niet stelsel-eigen sterren vinden. Kannibalisme is het enige echte antwoord dat je op dit vraagstuk kan vinden. Sterren die achterblijven na een botsing.

 

 

Enkele voorbeelden van sterrenstelsels die we in detail bekeken:

M82 = onregelmatig stelsel.  Botsing van 2 stelsels.

M87 = elliptisch sterrenstelsel = gigantisch groot en zwaar = 6 x zo groot en zo zwaar als ons stelsel.

In M 87 kan je geen jonge sterren vinden: het is er oersaai, enkel rode sterren, geen nevels, geen stofbanen. Dan zijn er ook nog de  dwergellipsen, sterrenstelsels, te vergelijken met supergrote bolhopen. De bekende Hubbleclassificatie van 1936 is puur op vorm, niet op evolutie. Stelsels hoeven niet strikt het stemvorkvormige schema te volgen. In een gemiddeld stelsel zitten er 100 miljard sterren  10 %  daarvan zit in de bult, 90 % in de schijf rond de kern. Er zijn clusters van stelsels: stelsels zitten dicht op elkaar. Dit gegeven leidt weer  tot speciale vormen van sterrenstelsels.

Als voorbeeld nam Claude Abell 2218 en toonde de  interactie tussen de nabije stelsels.

M51 heeft een materiebrug en uitgerokken spiraalarmen. Op de foto’s kan je duidelijk bruggen en staarten zien. Op simulaties kregen we duidelijk te zien waar die vandaan kwamen.

 

 

NGC 4038, de Antenne toont een botsingsgebied. Weet wel dat sterren, onderling niet botsen: de afstand tussen sterren is te groot. Moleculaire wolken, daarentegen botsen wel. Moleculaire wolken zin enkele honderden parsec grootte. Als dergelijke structuren botsen heeft dat gevolg. Hevige stervorming, die we mooi kunnen zien op afbeeldingen van botsende stelsels. Het botsen op zich heeft naast stervorming (1e gevolg) nog een ander gevolg: de stervorming zal met een factor 10 tot 100 opgeschroefd worden en als 2e gevolg raakt het gas opgewerkt. Met andere woorden; uiteindelijk zal er geen gas meer over zijn om nieuwe stervorming te genereren. Dit hoeft niet perse het onmiddellijke gevolg te zijn na 1 botsing, er kan genoeg gas zijn om meerdere botsingen te overleven, maar uiteindelijk raakt het op. Dan pas is het gedaan met stervorming.

Een andere afbeelding toonde Arp 295 met zeer lange staarten. Een beeld van frontale botsing bij NGC 2207, weer een ander beeld; NGC 3310, een dwarsbotsing en  AM 0644 ( cirkelvormige spiraalarmen met spaken. )

Evolutie in een zeer zwaar stelsel zonder gas en stof is hoogst instabiel. Na  250 miljoen jaren houdt het op te bestaan. Weer een andere afbeelding toonde aan dat er een materiebrug van gas bestaat tussen de Magelhaanse wolken en een gasarm naar ons eigen melkweg. Deze armen tonen aan dat er in het verleden al botsingen geweest zijn en het zullen niet de laatste zijn.

 

Het ontstaan van bruggen en staarten door getijdenwerking werd aan de hand van een schema verduidelijkt. De staart blijft achter in beweging en de materiebrug gaat achtervolgen (ten opzichte van het centrum). Hoog tijd voor enkele simulaties van interacties. Jan merkte op dat de draairichting van de botsende sterrenstelsels een belangrijke rol spelen. Claude beaamde dit. We bekeken verschillende simulaties en kwamen tot de vaststelling dat alle “korte”-botsingen resulteren in mergers. Mergers zijn samensmeltingen van stelsels. Twee of meer stelsels gaan in een heel ingewikkeld patroon om elkaar heen roteren, materiaal wordt uitgewisseld en uiteindelijk blijft er maar één over. Heel af en toe kan men bij dergelijke mergers zien dat er sterren ontsnappen, maar dit is heel zeldzaam. Claude toonde een simulatie van 6 sterrenstelsels in botsingskoers, met als resultaat een merge tot één enkel superzwaar elliptisch stelsel. Andere simulaties werden in detail bekeken en besproken; M51, de Antenne, De Muizen en het Karrewiel.

 

 De simulatie van het Karrewiel liet een passage van een klein stelsel zien dat loodrecht doorheen het centrum van een groter stelsel trok, met als resultaat een schitterende weergave van een karrewiel, kompleet met spaken. Ook deze constructie is onstabiel. Een laatste simulatie toonde ons eigen stelsel met Andromeda. Over 6.8 miljard jaren zal er slechts één stelsel overblijven. Onze eigen zon zal dit nog meemaken, zij het in haar laatste dagen. Of de aarde dan nog bestaat…..

 

Om 22.00u was het verhaal ten einde en er werden nog enkele losse vragen gesteld. We keken even naar beelden van onze kringverwezenlijkingen: het planetenpad, de geologische tuin, de zonnewijzer en de sterrenwacht.

 

Na deze beelden vroeg Bram het woord en deed de avond in mineur eindigen. Opgekropte frustraties vonden hun weg tijdens een bijeenkomst en dat terwijl we Bram al meerdere malen de kans hebben gegeven zijn grieven kenbaar te maken en onze kant van het verhaal te horen, na een bijeenkomst en in het gezelschap van het voltallige bestuur. Bram heeft daar geen gebruik van willen maken en gewacht tot de nationale voorzitter en de afdelingscoördinator aanwezig waren. Een rare manier van communiceren. Dit gegeven en het feit dat Bram de vorige bijeenkomst (Bram zou een presentatie doen van de ESA-DVD) op het allerlaatste moment afzegde, maakt van dit gebeuren al het tweede incident dit jaar. Heel jammer, allemaal.

 

Niettegenstaande dit alles, dankte onze voorzitter de aanwezigen voor hun aandacht, de nationale voorzitter en afdelingscoördinator voor hun aanwezigheid en de boeiende lezing.

                                                                                                                                                  LBe

00:30 Gepost door LBe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |